Ken jij de vaarregels?

Varen in Nederland is prachtig. Je kunt het hele land verkennen vanaf het water, er is een enorm groot en hoogwaardig vaarwegennet. Om het leuk en veilig te houden op de vaarwegen zijn er, net als op de weg, ‘verkeersregels’ (vaarregels). Zeg eens eerlijk: hoe goed ken jij deze regels? Het is erg belangrijk om hier kennis van te hebben, zodat je veilig en voorbereid het water op kan gaan.  

water boot vaarregels | Tvm verzekeringen

Vaarregels in de recreatievaart  

In de recreatievaart deel je het vaarwegennet met de beroepsvaart. Schepen die vaak groot en zwaar zijn, waardoor ze beperkt zijn in hun manoeuvreerbaarheid ten opzichte van de recreatievaart. Houd je aan de vaarregels zodat het voor beide partijen veilig is. 

1. Beroepsvaart heeft voorrang (groot gaat voor klein) 

Dit zijn meestal schepen langer dan 20 meter. Deze schepen zijn beperkt in hun manoeuvres en kunnen hun schip vaak niet snel stilleggen. Blijf uit hun buurt en ga er vooral niet voor varen. Een dergelijk schip heeft voor de boeg vaak een dode hoek, waar de schipper je niet (goed) meer kan zien. Als je zelf de stuurhut niet kunt zien, ziet de schipper je ook niet! 

2. Stuurboordwal gaat voor 

Als er sprake is van een gemarkeerde vaarweg, bijvoorbeeld een vaargeul (rode en groene tonnen) of een natuurlijk vaarweg (rivier/kanaal) heeft degene die strak stuurboordwal (rechterkant van het vaarwater) aanhoudt, voorrang. 

3. Zeil gaat voor spier, gaat voor motor 

(Kleine) zeilschepen hebben voorrang op (door spierkracht aangedreven vaartuigen) roeiboten/kano’s, en deze hebben weer voorrang op (kleine) motorschepen. Dus: Zeil gaat voor spier, gaat voor motor. 

4. Motorschepen onderling 

Stuurboord heeft voorrang op open water zonder betonning. Bij tegengestelde koers wijkt men beiden uit naar stuurboord. 

5.  Zeilschepen onderling 

  • Stuurboord wijkt voor bakboord. 
Dit betekent dat degene die zijn zeil aan bakboord heeft staan, voorrang heeft over degene die zijn zeil aan stuurboord heeft staan 

  • Loef wijkt voor lij. 
Deze regel gaat op als zeilschepen elkaar kruisen en ze beiden het zeil over dezelfde boeg hebben staan. Het schip dat aan de loefkant (waar de wind vandaan komt) ligt t.o.v. het andere schip, moet voorrang verlenen 

6. Houd zoveel mogelijk stuurboordwal (rechts) aan 

Net zoals op de weg moeten schepen zoveel mogelijk rechts aanhouden. Ook binnen betonde vaargeulen geldt de regel om stuurboordwal aan te houden. 

7. Houdt het midden van drukke vaarroutes vrij voor grotere schepen

Als klein schip heb je minder ruimte nodig bij het manoeuvreren op het water. Verleen daarom de ruimte aan de grotere schepen door vaarroutes middenin vrij te houden. 

8. Bij het verlenen van voorrang pas je tijdig koers en snelheid aan

Vermijd plotselinge aanpassingen van koers en snelheid om onduidelijkheid bij anderen te voorkomen en geef elkaar de ruimte om te manoeuvreren.  

9. Kleine schepen moeten 6 km/h kunnen varen

Op grote wateren, rivieren en kanalen geldt de regel dat een schip minimaal 6 km/h moeten kunnen varen.  

10. Met een snelle motorboot is de maximale snelheid 20 km/h  

Als algemene regel mag een snelle motorboot niet sneller dan 20 km/h ten opzichte van het water varen. Er kunnen (gedeelten van) waterwegen zijn waar dit niet geldt.  Deze regel geldt altijd als:

  • Je vaart tussen zonsondergang en zonsopgang

  • Je minder dan 500 meter zicht hebt

  • Je bevindt binnen een afstand van 20 meter van een oever

  • Je bevindt binnen 50 meter van een zwem- of aanlegrichting

  • Je bevindt in de buurt van wedstrijden, waterfeesten en demonstraties

  • Je bevindt in een haven

11. Grote schepen mogen aan bakboordswal (links) varen

Grote schepen mogen links varen als zich een situatie voordoet waar rechts aanhouden bemoeilijkt wordt. Zoals bij sterke stromingen tijdens het invaren van een haven. Deze schepen tonen aan de voorzijde van het schip een blauw bord met een wit knipperlicht en moeten zoveel mogelijk aan stuurboordzijde worden gepasseerd. Het blauwe bord is niet van toepassing op de Westerschelde, het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de Eemsmonding. 

12. Hoofdvaargeul vermijden (aanvullende regel)

In sommige vaargebieden geldt de regel om schepen tot 12 meter lengte buiten de hoofdvaargeul houden. Zoals in het Nauw van Bath, de Bocht van Walsoorden, Sardijngeul en Oostgat voor Vlissingen en Zoutelande. 

13. Anker alleen op veilige plekken

Schepen mogen niet ankeren bij bruggen, sluizen, werkschepen met uitstaande ankers en middenin vaarwateren. 

14. Bij snelle motorboten is een vaarbewijs verplicht

Een vaarbewijs is verplicht als de motorboot sneller dan 20 km/h kan of als de boot langer is dan 15 meter. 

15. Wees alert op hinderlijke golfslag of zuiging van je schip

Minder tijdig de snelheid en voorkom gevaarlijke situaties en schade aan andere schepen. 

16. Voor de alcoholgrens op het water geldt 0,5 promille

Je mag je niet een schip besturen wanneer je onder invloed bent van alcohol.

17. Zorg dat er rondom de boot goed zicht is en kijk regelmatig om

Het is van belang dat je altijd goed zicht hebt op wat er om je heen gebeurt. Kijk daarom ook met enige regelmaat achter je. 

18. Gebruik tijdens slecht zicht de juiste navigatieverlichting 

Het gebruiken van navigatieverlichting is verplicht tijdens slecht zicht. Zowel als je vaart tussen zonsondergang en zonsopgang als bij slechte weersomstandigheden.

Veilig en voorbereid het water op 

Wil jij helemaal zorgeloos het water op? Vergeet dan niet je boot te verzekeren. Waar je ook vaart. Met een bootverzekering van TVM ben je altijd uitgebreid verzekerd. Benieuwd wat je nog meer kan doen om de veiligheid te waarborgen? Kijk dan verder bij onze preventietips.  

Let op! Er zijn uitzonderingen op de vaarregels. In verschillende vaarwateren zijn er aanvullende vaarregels, of kunnen vaarregels (net) anders zijn.