Het is de schrik van iedere vrachtwagenchauffeur; stil komen te staan op een spoorwegovergang terwijl de bellen gaan rinkelen, de overwegbomen sluiten en in de verte een aanstormende trein nadert. Jaarlijks vinden er in Nederland gemiddeld vier aanrijdingen plaats tussen een trein en zwaar wegverkeer zoals een vrachtwagen of een hoogwerker. Dat lijkt wat betreft de aantallen mee te vallen, maar qua impact kunnen de gevolgen immens zijn. Niet alleen voor de vrachtwagenchauffeur, machinist en conducteur maar ook voor de reizigers in de trein, omstanders bij het spoor en voor mensen die soms dagenlang het spoor niet kunnen gebruiken vanwege herstelwerkzaamheden aan spoor, bovenleiding en/of relaiskast.
Spoorwegbeheerder ProRail en vervoerder NS slaan al jarenlang de handen ineen om de veiligheid op spoorwegovergangen te verbeteren én om weggebruikers bewuster te maken van hun gedrag op een overgang. Diverse verbeterprogramma’s hebben de afgelopen drie decennia geleid tot een drastische daling van het aantal dodelijke slachtoffers op spoor-wegovergangen: van gemiddeld vijftig doden per jaar in de jaren negentig naar gemiddeld zo’n acht dodelijke slachtoffers per jaar heden ten dage.
Het totaal aantal aanrijdingen daalde in deze periode van gemiddeld zeventig naar dertig per jaar. Deze dalende trend zet echter niet door. “We zien de laatste jaren een heel langzame stijging in het aantal ongelukken op spoorwegovergangen”, vertelt Eduard de Vries, beleidsadviseur veiligheid overwegen van ProRail. De Vries kwam in 1989 in dienst van NS en is door de afsplitsing van NS Railinfrabeheer in de jaren negentig automatisch overgegaan naar ProRail.
Impact
TVM Actueel spreekt De Vries samen met zijn NS-collega Rob Muller, teammanager machinisten, over de veiligheid op spoorwegovergangen en over de impact van een ongeluk. Locatie van het gesprek met de twee heren is de Inktpot in Utrecht; het iconische hoofdkantoor van ProRail dat in 1921 werd gebouwd als administratiekantoor voor Nederlandse Spoorwegen.
Muller is al veertig jaar in dienst bij NS en zwaait in mei af als spoorman. Hij werkte eerst 16 jaar als machinist om vervolgens 24 jaar als teammanager leiding te geven aan dertig machinisten. Ook verleent Muller nazorg na een ongeluk en houdt hij zich bezig met spoorveiligheid in de breedste zin van het woord; van het opleiden van machinisten tot het verzorgen van presentaties in samenwerking met ProRail voor externe organisaties (bijvoorbeeld Veilig Verkeer Nederland) om weggebruikers te informeren over de gevaren op overwegen.
Vermijdbare ongelukken
Vooropgesteld, zeggen beide heren: reizen per spoor is in Nederland heel veilig. De Vries: “Het spoor behoort tot één van de veiligste vormen van vervoer in ons land. Maar we zien nog te veel vermijdbare ongelukken.” De zeer lichte toename van het aantal ongevallen de afgelopen jaren heeft volgens de beleidsadviseur verschillende oorzaken.
“Het is drukker geworden in het verkeer en ook op het spoornet. Er rijden meer treinen en er zijn per spoorwegovergang meer overweggebruikers. Daarbij moeten we ook vaststellen dat het gedrag van mensen die bij een overweg staan te wachten niet altijd goed is”, stelt De Vries. “De meeste ongelukken gebeuren bijvoorbeeld wanneer een fietser – bij dichte spoorbomen en rinkelende bellen – slalommend het spoor opgaat als één trein is gepasseerd, terwijl er nog een tweede trein moet passeren.” Muller: “De maatschappij is ook veranderd. Iedereen heeft haast, mensen zijn vaak afgeleid en denken nog snel even te kunnen oversteken.”
De drukte op de weg kan in de buurt van spoorwegovergangen leiden tot zeer gevaarlijke situaties. De Vries en Muller weten dat het regelmatig voorkomt dat een auto of een vrachtwagen onverhoopt stil komt te staan op de overweg, bijvoorbeeld bij een file of als een weggebruiker kort na een spoorwegoverganglinksaf wil slaan en het tegemoetkomende verkeer voor moet laten gaan.
“Wij zeggen daarom altijd: ga alleen de overweg over als je zeker weet dat je direct de overkant haalt. Chauffeurs van grote voertuigen zouden vooraf nog beter hun route moeten bepalen”, stelt De Vries. “Je wilt jezelf niet in onveilige situaties brengen. Soms is het beter om een overgang te mijden en een stukje om te rijden. Je moet er sowieso altijd voor zorgen dat je binnen 15 seconden de overweg kan verlaten. Het is wettelijk verboden om stil te staan op een spoorwegovergang.”
Muller heeft gedurende zijn veertigjarige carrière ‘op de trein’ van alles meegemaakt. “Toen ik nog als machinist werkte en met mijn trein Breda naderde, zag ik opeens in de verte een vrachtwagen opdoemen op de overgang. Gelukkig was mijn zichtlijn goed, zo’n twee kilometer, en kon ik direct alle remmen in werking stellen. Ik stond ruimschoots op tijd stil voor de overgang, maar het blijft schrikken.”
Ongeluk Meteren
Afgelopen najaar liep het slechter af in het Gelderse Meteren. Een vrachtwagenchauffeur met een lading van 19.000 kilo peren aan boord was om vooralsnog onbekende reden aan het manoeuvreren op het spoor. Een aankomende trein ramde de vrachtwagen waarbij vijf lichtgewonden vielen (treinreizigers en omstanders). De machinist en vrachtwagenchauffeur bleven ongedeerd.
Het ongeluk was vastgelegd door een camera van ProRail bij het spoor. In overleg met brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland besloot ProRail de beelden met de buitenwereld te delen om de bewustwording te vergroten en om het gedrag bij overwegen te verbeteren.
Het advies van ProRail luidt kort en krachtig: rijd altijd door de slagbomen heen als je vast komt te staan op een overgang, de slagbomen zijn daar speciaal voor ontworpen. “We hebben liever schade aan een slagboom – die wel verhaald wordt op de veroorzaker – dan gewonden of erger”, zegt De Vries.
De botsing in Meteren leidde tot een gigantische ravage en een schadepost die in de miljoenen liep. De opruim- en herstelwerkzaamheden (onder meer het vervangen van één kilometer spoor) namen dagenlang in beslag. Het treinverkeer tussen Utrecht en Den Bosch lag een week plat.
Muller weet uit ervaring dat de dienstdoende machinist geen schijn van kans had om zijn trein tijdig tot stilstand te brengen toen hij opeens de vrachtwagen op de overgang stil zag staan. “De intercity van Utrecht richting Den Bosch reed met een snelheid van 130 kilometer per uur. Vlak voor de overgang bij Meteren rijd je door een flauwe bocht waardoor je pas 11 of 12 seconden van tevoren volledig zicht hebt op de bewuste overgang. Met een trein van zo’n 349 ton heb je tussen de 450 en 750 meter nodig om met een noodremming helemaal tot stilstand te komen. En als het spoor glad is, kan het nog langer duren.”
Muller was zelf niet betrokken bij het verlenen van nazorg aan de betreffende machinist. “De impact op een machinist is heel divers, ieder mens is anders. Sommigen gaan de dag erna weer aan het werk, anderen hebben nog maanden of jaren psychische klachten als gevolg van een aanrijding.’ De Vries: ‘Met meer bewustwording van de gevaren op een spoorwegovergang hopen we veel ellende te kunnen voorkomen.”