Menu

Waarom we risico’s niet zien: geen kwestie van onwil of onkunde

Door Lizanne Vroom, TVM adviseur risicomanagement. 
30 juni 2020

Na ruim 3 maanden is de impact van het coronavirus nog steeds groot. Onze hersenen zijn inmiddels doorweekt van het dagelijkse coronanieuws en de maatregelen. En precies dat maakt ook dat we risico’s soms minder goed waarnemen en inschatten. Maar niet omdat we dat niet willen of niet kunnen. Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman en zijn collega Amos Tversky deden jarenlang onderzoek naar hoe vervormingen in onze hersenen de perceptie van risico’s beïnvloeden. Vanuit risicomanagement dook ik in dit boeiende fenomeen. Niet om excuses te vinden voor gedrag dat niet past binnen de nog steeds noodzakelijke maatregelen. Wel als basis om maatregelen te kiezen die ervoor zorgen dat medewerkers betrokken en gedisciplineerd blijven werken. Veilig, ook op anderhalve meter afstand.

We hechten veel waarde aan persoonlijke ervaringen

Zoals ik in het artikel Hoe voorkom je coronablindheid en blijf je alert op de veiligheidsrisico’s? al schreef, heeft het wel of niet hebben van ervaring met risicosituaties grote invloed op onze waarneming ervan. Kun je je geen voorstelling van een risico maken? Dan nemen je hersenen dit risico ook niet waar. Kahnemann en Tversky noemen dit de beschikbaarheidsbias.

We zijn geneigd te geloven wat we willen geloven

Een andere herkenbare en soms hardnekkige vervorming van onze hersenen is wat Kahneman en Tversky de bevestigingsbias noemen. Zodra we ergens van overtuigd zijn, hebben we de neiging om vooral dat waar te nemen wat onze bestaande overtuigingen bevestigt of versterkt. Hier komen reacties als “Zie je wel, dat had ik toch gezegd.” of “Ik dacht het al.” vandaan. Dit geldt ook voor besluiten die we nemen. Wanneer anderen deze besluiten bevestigen of onderstrepen, zijn we geneigd om ze eerder te geloven. Overtuigingen zorgen voor selectieve waarneming en vooronderstellingen. Vervormingen die je vanuit risicomanagement juist wil minimaliseren om waakzaam en alert te blijven.

We schatten onze eigen kansen op geluk altijd groter in dan die van een ander

Een derde belangrijke vervorming is de optimismebias. De neurologe Tali Sharot omschrijft deze optimistische tendens als ‘de cognitieve illusie van mensen om de kans op eigen prestaties en goede ervaringen te overschatten’. En daarmee dus de risico’s (bijvoorbeeld de kans op een ongeluk of ziekte) te onderschatten. 80% van de mensen is meer optimistisch dan realistisch. Opvallend is dat mensen vooral optimistisch zijn over hun eigen capaciteiten en prestaties.

De vraag is of je dit optimisme kan en moet veranderen. De psychologen Margaret Marshall en John Brown bestudeerden studenten met hoge en lage verwachtingen. Ze zagen dat mensen met hoge verwachtingen die slagen dit succes aan zichzelf toeschrijven. Een voorbeeld van een uitspraak van een optimistische student: “Ik ben een genie, vandaar die 10 en vandaar dat ik voortdurend 10-en zal halen.” Als de studenten uit de groep met hoge verwachtingen (de optimisten) faalden, was dat niet omdat ze dom waren, maar omdat het examen niet fair was geweest. “Volgende keer beter”, was dan de reactie.

Mensen met lage verwachtingen doen het tegenovergestelde. Als ze faalden, was dat omdat ze ‘dom’ waren, en als ze slaagden was dat omdat ‘het examen deze keer wel erg gemakkelijk was’. De volgende keer zou wel realistischer verlopen. De studenten uit de groep met lage verwachtingen (de realisten) voelden zich bij beide uitkomsten dus slechter. Mensen met hoge en positieve verwachtingen, zo blijkt uit dit onderzoek, voelen zich in een situatie van zowel succes als falen beter. 

Onze menselijke waarneming is verre van perfect

Hoe we ons voelen bij risico’s of teleurstellingen hangt dus af van onze interpretatie van die gebeurtenis. Onze menselijke waarneming is dus verre van onfeilbaar. In de praktijk zijn er grote verschillen in risicowaarneming. Zelfs als mensen over exact dezelfde risico-informatie beschikken, blijven er verschillende meningen over de (potentiële) omvang van risico’s bestaan.

De genoemde optimisme tendens maakt ook dat zelfs als we overtuigende cijfers en statistieken onder ogen krijgen, het merendeel van de mensen toch vasthoudt aan hun (onrealistisch) optimisme. Namelijk dat zij persoonlijk niet zo snel door ongewenste gebeurtenissen getroffen zullen worden. Dit wordt versterkt door de persoonlijke overtuigingen en vaak ook het gebrek aan ervaring met manifest geworden risico’s.

Zaai geen angst, wees wel duidelijk en vooral zichtbaar

De optimistische medewerkers bang maken met de impact van veiligheidsrisico’s (en in geval van corona de besmettingsrisico’s) lijkt dus geen (lange termijn) effect te hebben. Het is effectiever om de positieve doelen en verwachtingen expliciet te maken en daarbij te benadrukken dat - bij corona bijvoorbeeld - veiligheid en dus ook niet ziek worden bijdraagt aan het realiseren van die doelen en verwachtingen.

Elkaar hard afrekenen op het niet zien van risico’s draagt niet bij aan veiligheid. Dat aandacht verslapt, is menselijk. Daarom zijn communicatie, zichtbaarheid van maatregelen, openstaan voor feedback en elkaar aanspreken van verantwoordelijkheden erg belangrijk.

Lees ook het artikel  Hoe voorkom je ‘coronablindheid’ en blijf je alert op de veiligheidsrisico’s?

Corona en uw arbobeleid. Heeft u het goed geregeld?

Bekijk ons stappenplan en download de checklist.